Praktijk Ger Hegger
01-08-2020

Antidepressiva

Somber en nergens zin in.

Iedereen herkent wel eens tijden dat men zich moe voelt en snel moet huilen. Het is dan moeilijk om de normale dingen te doen. Het gevoel van een dip overheerst. Vaak zijn deze symptomen van korte duur. Bij een depressie spreken we niet meer van een dip, maar houden deze klachten aan en worden ze zwaarder.
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer één op de vijf mensen ooit met een depressie te maken krijgt.

Wat zijn de kenmerken van een depressie? Volgens een definitie van 40 jaar geleden wordt er gesproken van een depressie als minstens 5 van onderstaande kenmerken langer dan twee weken aanhouden. Het gaat dan onder andere om:

  • aanhoudende sombere stemming
  • duidelijk verminderde interesse en plezier hebben in allerlei (dagelijkse) activiteiten
  • vermoeidheid, weinig energie en lusteloosheid
  • verstoord slaappatroon: slecht of juist heel veel slapen
  • geen trek hebben in eten of juist heel veel snoepen
  • het liefst in bed blijven liggen en overal tegenop zien
  • onredelijk geprikkeld reageren
  • concentratieproblemen
  • terugkerende gedachten aan de dood of aan zelfmoord

Het hebben van deze kenmerken van depressie betekent niet automatisch dat er een depressie speelt. Herken je veel van deze symptomen, zoek dan hulp bij lieve mensen in je directe omgeving. Ga de wereld in, spreek af met mensen die je een goed gevoel geven. Dat gaat niet altijd vanzelf, maar het is een geweldige manier om lekkerder in je vel te komen en meer voldoening en plezier uit het leven te halen.

Medicatie is vaak geen oplossing

Veelvuldig wordt antidepressiva voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld Seroxat en Prozac. Het is de vraag of dat de oplossing is. Meer dan 1 miljoen mensen in Nederland slikt antidepressiva. Dit terwijl deze pillen al jaren ter discussie staan. Zembla besteedde in 2008 al een uitzending aan de piekerpil.

Uit Zembla onderzoekt van 2016 blijkt dat het gebruik van antidepressiva erg hardnekkig blijft stijgen, terwijl bekend is dat deze pillen bij veel mensen niet goed werken en gevaarlijk kunnen zijn. Uit onderzoek blijkt dat deze pillen heftige bijwerkingen hebben, zoals het opwekken van destructieve gedachten en agressiviteit, slapeloosheid, seksuele stoornissen, toename van de depressieve klachten, suïcidale neigingen en worden in verband gebracht met zelfmoord onder jongeren. Er wordt gesjoemeld met onderzoeksresultaten door de farmaceutische industrie.

Het gebruik van antidepressiva blijft elk jaar stijgen. In 2015 is het aantal gebruikers van antidepressiva in Nederland met 3,5 procent gestegen naar 1,15 miljoen mensen. Onder jongeren van 15 tot en met 19 jaar steeg het gebruik van antidepressiva zelfs met 11%.
Bij alle voorschriften van antidepressiva is 80% afkomstig van de huisarts. (Bron: Stichting SFK). De vijf meest gebruikte antidepressiva zijn amitriptyline, paroxetine, citalopram, mirtazapine, venflaxine. Seroxat (paroxetine) is het meest populaire antidepressivum. Dit blijkt uit de enquête van het TV programma Raderi n mei 2016 in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Hierin vroegen ze naar de ervaringen in het heden en verleden met verschillende antidepressiva. Meer lezen (?), zie radar - antidepressiva.

Het nieuwe onderzoek uit 2017 maakten een review van onderzoeken met een totale populatie van enkele honderdduizenden personen. Ze kwamen tot de conclusie dat wie antidepressiva gebruikte, een 33 procent groter overlijdensrisico had. Ook nam de kans op een hartaanval en beroerte toe met 14 procent. Dit onderzoek haalde wereldwijd de krantenkoppen. Het sluit aan op een hele reeks publicaties van de afgelopen jaren die serieuze vraagtekens plaatst bij het gebruik van antidepressiva. Meer lezen (?), zie Hoger overlijdensrisico met SSRI's.

Eerder in het jaar 2017, liet een studie in de British Medical Journal zien dat kinderen van moeders die antidepressiva gebruikten tijdens de zwangerschap een significant hoger risico lopen op autisme en ontwikkelingsstoornis. Meer lezen (?), zie SSRI's tijdens zwangerschap.

Antidepressiva werken alleen bij heel ernstig depressieve mensen. Volgens deskundigen heeft slechts een minderheid van de gebruikers een ernstige depressie. Bij lichte en matige depressies werken placebo’s, gesprekstherapie of hardlopen net zo goed. Iedere arts weet dit inmiddels. Ze zijn niet onschuldig: het is moeilijk om er weer mee te stoppen.

Mogelijke oorzaken van depressie

Veel verschillende oorzaken kunnen een rol spelen bij het ontstaan van depressieve gevoelens en depressies. Dit verschilt per persoon, maar mis je een innerlijke drang om te knokken, dan is er eerder een kans op terugtrekken en gevoelens waar je moeilijk alleen uitkomt. Er zijn talloze voorbeelden te noemen:

  • Weinig zelfvertrouwen en faalangst kunnen leiden tot terug trekken. Kom onder de mensen. Probeer zelf actief te zijn en besef dat je ook veel kunt. Mogelijk kan je omgeving jouw onzekerheid in stand houden door je onvoldoende te aanmoedigingen of de angsten te blijven voeden.
  • Piekeren en slecht slapen. Mogelijk door zorgen over de gezondheid of financiële situaties van jezelf, je kinderen of andere lieve mensen. Onderzoek wat je kunt doen om zorgen op te lossen. Ga ervan uit dat het uiteindelijk goed komt en zoek mensen die het goed met je voor hebben en echt ondersteunen. In sommige situaties kun je niets doen en ben je enkel toeschouwer.
    Bevrijdt je van een negatief zelfbeeld of negatieve gevoelens over vrienden, werk, de toekomst. Dat helpt niet
  • Langere tijd op je tenen lopen door werkstress of studiestress. Overbelasting van ons limbische systeem, het zgn. zoogdierenbrein, dat cruciaal is voor emotiehuishouding, gevoelens en gedachten die samenhangen met sociale en persoonlijke behoeften en verlangens. Dit deel functioneert grotendeels onbewust en wordt gevoed door socialisatie, levenservaringen en wordt onder andere gereguleerd door beloning en straf. Een groot verantwoordelijksheidsgevoel, sociaal wenselijk gedrag en ook perfectionisme zijn zeker in je nadeel.
  • Eenzaamheid; eenzame ouderen met weinig sociale contacten. Langdurige verdriet en eenzaamheid door een overleden dierbare. Ook. chronische en ondraaglijk fysieke pijn kan leiden tot somberheid en isolatie.
  • Traumatische gebeurtenissen uit het verleden die steeds weer in gedachten naar boven komen. Steeds weer opnieuw gevangen raken in gevoelens behorende bij onverwerkte oude trauma's. Een lijdensdruk die doorbroken kan worden door alternatieve levensbeschouwingen.
  • Verandering van de gezondheid door innemen van bepaalde medicatie, alcohol of drugsgebruik. Lichaamsvreemde stoffen met kans op lichte tot soms ernstige bijwerkingen. Het lichaam zal herstelmechanismen in gang zetten om de schade aangebracht door de lichaamsvreemde stoffen te compenseren. Dit kan erg veel kracht kosten en gaat ten koste van de levensenergie en glimlach.
  • Hormoonschommelingen tijdens de jongvolwassen leeftijd en in de overgangsleeftijd. Deze kunnen je humeur beïnvloeden. De wisselende stemmingen kunnen heel erg naar zijn en bovendien moeilijk te bevatten.
  • De geboorte van een kind kan ook leiden tot een hormoonontregelingen en postnatale depressie.

Als we ons een langere tijd niet goed voelen, vallen we dan massaal ten prooi aan psychiatrische ziektebeelden? Gaat het hier over de medicalisering van eenzaamheid en verdriet of te hoog gestelde doelen?

Prof C.j. Cleas - Psyciatrie K.U. Leuven schrijft in zijn essay 'de grenzen van ons vak': "Depressie in engere zin bestaat niet. Depressie in engere zin is een kunstmatige constructie die tot stand is gekomen door weinig wetenschappelijke achterkamerpolitiek bij het creëren van de dsm-iii; het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Wat er ook van zij, de dubieuze constructie van de ‘depressie in engere zin’ heeft ertoe geleid dat heel wat mensen met zo’n emotionele ontregeling ten gevolge van psychosociale stressoren het label van een psychiatrisch ziektebeeld opgeplakt krijgen en dan als ‘lege artis’ behandeld worden met antidepressiva. Deze toestand heeft de farmaceutische nijverheid geen windeieren gelegd".

Paul Verhaeghe, hoogleraar psychologie: 'We kweken psychiatrische patiënten bij de vleet'. Tot 1850 erkennen artsen ook volmondig dat hun behandelmodel hoofdzakelijk een morele grondslag heeft. Alles wat afwijkt van de gangbare morele en sociale normen wordt met zachte dan wel met harde hand behandeld om er weer redelijke burgers van te maken. Afwijkende eigenschappen en gedragingen worden abnormaal en gestoord gevonden en worden tot ziekte uitgeroepen. Dat gaat gepaard met een wildgroei aan nieuwe psychiatrische stoornissen. Terwijl, zo betreurt Verhaeghe, de échte waanzin vaak onbenoemd blijft: de prestatiemaatschappij die mensen geestelijk ziek en ongelukkig maakt.

Pak de oorzaak aan, ga zelf aan de slag

Je kunt zelf een belangrijke bijdrage leveren aan je eigen herstel door de adviezen bij een depressie, chronische vermoeidheid of burn-out op te volgen. Dit zijn namelijk geëvolueerde reacties op complexe sociaal-emotionele problemen. In dit geval bedoeld om afleiding tot het minimum te beperken en de tijdsduur die men kan besteden om het oplossen van problemen te optimaliseren.

Hoezeer je ook tegen enige activiteit op kunt zien, met kleine stapjes lukt het vaak goed om de depressie of burn-out aan te pakken. Kun je verder met de volgende suggesties?

  • Zorg voor regelmaat door vroeg opstaan, vaste etenstijden en ga op vaste tijden naar bed.
  • Weinig slaap is slecht voor je. Een paar korte nachten overleef je wel, maar als je slaapproblemen serieuzere vormen aan gaan nemen, is het tijd om in actie te komen.
  • Bedenk iets wat u leuk vindt en ontspanning geeft. Lees de krant of bekijk een film. Kies eventueel één tv-programma af, maar blijf niet de hele dag tv kijken. Spreek af om iemand te bellen of om op bezoek te gaan bij een familielid, vriend, buur of collega.
  • Maak eventueel een dagboekje. Schrijf daarin een aantal dingen op die u de komende dagen kunt gaan doen. Noteer een vaste tijd van opstaan en naar bed gaan, vaste tijden voor uw maaltijden en geplande activiteiten, zoals naar buiten gaan en bewegen of sporten. Regelmaat is belangrijk. Zorg voor regelmaat door vroeg opstaan, vaste etenstijden en contact met een vertrouwd iemand.
  • Geef jezelf de tijd, stel niet te hoge eisen aan jezelf. Zet jezelf niet teveel onder druk. Begin met dagelijks een taakje, bijvoorbeeld aankleden en boodschappen doen.
  • Vaak zijn er ook zorgen over praktische problemen, zoals geld, werk, het gezin of woonruimte. Het helpt om hier samen oplossingen voor te bedenken, bijvoorbeeld met uw partner, uw huisarts of praktijkondersteuner GGZ, uw werkgever of een maatschappelijk werker. Wilt u hulp van een psycholoog? Uw huisarts kan u helpen om een psycholoog uit te zoeken.
  • Wie grote dromen koestert, maar eigenlijk niet verwacht deze waar te kunnen maken, heeft een verhoogde kans op geestelijke gezondheidsklachten. Alle overambitieuze mensen zijn heel kwetsbaar en hebben vooral hulp en begeleiding nodig. Het is gevaarlijk om deze mensen aan te zetten tot het stellen van hogere doelen, zonder ze de middelen te geven om deze doelen ook te halen.

Overweeg ook mindfullness. De waarde van mindfulness binnen de geestelijke gezondheidszorg wordt door steeds meer onderzoek onderschreven. Nieuw onderzoek in het prestigieuze medische vakblad The Lancet laat nu zien dat mindfulness het terugvalrisico bij depressie verlaagt. Meer lezen (?): Mindfulness verlaagt terugvalrisico depressie ;en Waarom je vaker een rondje om moet.

Overweeg ook eens cognitieve therapie; een vorm die zich erop richt automatische negatieve gedachten te doorbreken. Bij deze therapie onderzoek je samen met een psycholoog of therapeut wat je denkgewoonten zijn. Je leert de gedachten die niet helpen en een slecht gevoel geven om te buigen naar ‘helpende’ gedachten.

Een serotonine tekort in de hersenen?

Psychische problemen zouden het gevolg zijn van een chemische onbalans in de hersenen. Hoogleraar Trudy Dehue schreef in februari 2016 een artikel over "het ontbrekende stofje' in het brein. "Dat deze hypothese onzin is, kan iedereen snappen. Als verlegen mensen spraakzaam worden door alcohol, betekent dit niet dat zij een alcohol tekort hebben in hun hersenen." aldus Trudy Dehue Hoogleraar Wetenschapstheorie in haar bijzonder helder essay. Meer lezen (?): Onbesuisde popularisering van wetenschap.
Het idee dat psychofarmaca een ontbrekende stof vervangen kan suggereert niet alleen dat ze levenslang moeten worden geslikt, maar ook dat deze aanvulling net zoals bij diabetes de enige optie is. Zonder deze verklaring van de chemische onbalans zijn medicijnen immers slechts één van de mogelijkheden tot het bestrijden van gevoelens van angst en ongeluk.

Psychiater Ronald Pies, hoofdredacteur van Psychiatric Times, opende in 2011 een redactioneel commentaar met het dreigende zinsdeel 'het ontbrekend stofje in het brein’. Pies maakt zich enorm boos over de theorie van het ontbreken van een chemische stofje als verklaring voor psychische problemen. Men spreekt dan vaker in allerlei neurobiologische bewoordingen. Men heeft het bijvoorbeeld ook over een tekort (soms teveel) aan neurotransmitters, dat met medicatie moet worden gecorrigeerd. Specifieker zegt men dat er een onbalans is in de dopamine-, serotonine- of noradrenaline-huishouding van mensen met ongewenste eigenschappen, emoties of gedrag. Soms volgt nog als aanvulling dat het ontbrekende stofje in iemands hersenen verband houdt met een ontbrekend stukje in zijn of haar DNA.

Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) was altijd al enigszins sceptisch over grootschalig antidepressiva gebruik en wil tegenwoordig ‘onterecht gebruik’ actief tegengaan. De pillen zouden niet meer moeten worden voorgeschreven bij slechts matige klachten, die na een half jaar vaak vanzelf over gaan, en een recept zou niet als vanzelfsprekend moeten worden herhaald als een patiënt zes maanden klachtenvrij is. De effectiviteit blijkt namelijk gering als ook niet gepubliceerde onderzoeksresultaten worden meegenomen, terwijl er wel duidelijke bijwerkingen zijn en stoppen met het gebruik voor veel mensen grote problemen oplevert.

Zoeken op internet met ‘ontbrekende stof’ gecombineerd met ‘brein’ of ‘hersenen’ levert reeksen instanties op die de stofjestheorie verspreiden. Bijvoorbeeld Hersenstichting meldt bijvoorbeeld op haar website dat ‘de neurotransmitters dopamine en noradrenaline in verminderde hoeveelheid voorkomen’ in ‘de prefontaalkwabben van ADHD-patiënten’. En de pagina gezondheidsweb.eu licht toe dat ‘uit heel wat medische studies blijkt’ dat depressie ‘te maken heeft met het ontbreken van bepaalde stoffen in de hersenen’, Mens-en-samenleving. infonu.nl legt uit dat ‘voldoende serotonine, dopamine, noradrenaline en endorfine’ de garantie zijn voor ‘een normaal blij, gelukkig en tevreden gevoel’ en dat een tekort eraan leidt tot ‘slecht slapen, angsten, agressiviteit, sombere gevoelens en prikkelbare darmen’, terwijl de website van Psychologie Magazine nog toevoegt dat ‘bindingsangst’ ontstaat door ‘een erfelijke belasting met een ontbrekend stofje’.

Wie heeft die verklaring dan verspreid? Voor Pies is het antwoord duidelijk: dat is de farmaceutische industrie. Zij, of andere bedrijven, of anders hooguit sensatiebeluste journalisten zijn de verspreiders van deze onhoudbare zekerheden. Pies verwijst naar een kritisch artikel in PLoS Medicine uit 2005. Dit stuk laat zien hoe groot de kloof is tussen de inhoud van reclames voor antidepressiva en de psychiatrische vakliteratuur. Ook de samenwerking tussen universiteiten en bedrijven zijn eveneens gaandeweg heel gewoon, wat tot grootscheepse verhulde marketing leidt. Tegenwoordig besteedt de pers echter steeds meer aandacht aan de marketingpraktijken van farmaceutische bedrijven.

Trudy Dehue, 'Als wetenschapssocioloog houdt ik mij vooral het fenomeen bezig van het onverantwoord simplificeren van wetenschap'. Dat deze wankele hypothese van 1965 jarenlang op verschillende populaire websites als waarheid is verspreid is niet alleen de farmaceutische industrie te verwijten. Deels ook de wetenschappelijke gemeenschap zelf. Publicaties die een populaire theorie weerspreken krijgen weinig aandacht in de wetenschappelijke gemeenschap.

Anti-depressiva knoeien met neurotransmitters

In de jaren 1950 ontdekte men toevallig dat een gebrek aan de neurotransmitters serotonine, dopamine en noradrenaline (de zogenaamde monoaminen) depressieve symptomen kon veroorzaken. Sindsdien verschoof de focus bij de behandeling van psychische aandoeningen - en vooral van depressie - van psychotherapie en elektroconvulsie therapie (elektroshock) naar farmacotherapie (behandeling met medicijnen).

Farmaceutische bedrijven begonnen met het ontwikkelen van medicijnen die de verstoorde neurotransmitters konden herstellen. De eerste antidepressiva waren de tricyclische antidepressiva en de MAO-remmers. Omdat deze medicijnen niet bij iedereen werkten en ernstige bijwerkingen hadden, ging men op zoek naar een beter en veiliger alternatief.

In de jaren 1980 verschenen de selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s) die een revolutie ontketenden in de psychofarmacologie. Het succes en de populariteit van SSRI’s was zo enorm dat ze de standaardbehandeling van klinische depressie werden. Ondertussen behoren de SSRI’s tot de meest voorgeschreven medicijnen in de westerse wereld. Omdat serotonine verhogende medicijnen niet bij iedereen werkten, werden ook medicijnen ontwikkeld die de heropname van dopamine en noradrenaline remmen, en combinaties ervan.

Tegenwoordig zijn er verschillende klassen van antidepressiva op de markt die allemaal inwerken op andere neurotransmitters, met binnen die klassen verschillende medicijnen met elk een eigen uniek werkingsmechanisme. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben, is dat ze de concentratie of de beschikbaarheid van neurotransmitters verhogen, door hun afbraak te remmen (MAO-remmers) of door hun heropname te remmen (tricyclische antidepressiva en heropname remmers).

Er is een reden waarom neurotransmitters heel snel afgebroken of weer opgenomen worden. Elke neurotransmitter activeert of remt verschillende processen in het lichaam. Wanneer een neurotransmitter zijn signalen kan blijven doorgeven, wordt het zenuwstelsel overprikkeld (met gevolgen voor verschillende lichaamsfuncties). Overprikkeling door neurotransmitters kan de zenuwcellen bovendien beschadigen. De zenuwcellen verdedigen zich daartegen door hun aantal receptoren te verminderen. Ze worden daardoor ongevoelig voor de neurotransmitters (resistentie).

Resistentie tegen neurotransmitters zoals dopamine, serotonine en noradrenaline is een belangrijke oorzaak van mentale en psychische klachten, zoals depressie en angst. Bij depressie is er meestal geen sprake van een gebrek aan neurotransmitters, maar van een verminderde gevoeligheid door een verlaagde activiteit van de receptoren. Het verhogen van de concentratie van neurotransmitters (door het remmen van de afbraak en/of de heropname) werkt deze resistentie nog meer in de hand. Dat is de reden waarom antidepressiva bij de meeste mensen niet werken en zelfs depressie kunnen verergeren of de gevoeligheid voor hervallen verhogen.

Antidepressiva werken in op het zenuwstelsel en de activiteit van neurotransmitters zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken. Ze herstellen het zenuwstelsel niet, maar verstoren het nog meer. Ze verhogen de vatbaarheid voor mentale en psychische aandoeningen. Ze blijken niet beter te werken dan een placebo en ze hebben ernstige en zelfs gevaarlijke bijwerkingen. Het gebruik van antidepressiva wordt gelinkt aan agressie, moord en zelfmoord, vooral bij jongeren, adolescenten en jonge volwassenen.

De beste manier om alle neurotransmitters weer in balans te brengen is vanaf de basis beginnen met voeding en leefstijl - stress verminderen, voldoende bewegen, een gezond slaappatroon, gezonde voeding en voldoende voedingsstoffen. Bron: Hilde Maris, 2018 - fragment uit Depressie & angststoornissen - PlaceboNocebo 37.

'Op hol slaand' stress-systeem en depressie

Prof dr. Stefan Cleas K.U. Leuven schrijft in zijn essay 'Stress en depressie': "Depressie in engere zin, Major Depressive Disorder (MDD), kan worden uitgelokt door verschillende vormen van stress, zoals negatieve levensgebeurtenissen, chronische stress en misbruikervaringen vroeg in het leven".

Dr. Dennis J.L.G. Schutter van afdeling Psychonomie van Universiteit Utrecht in 2004 in de boekbespreking 'Stress, the brain and depression' van H.M. van Praag, R. de Kloet & J. van Os'. Een facinerend boek en schrijft: "Mijns inziens mag men zich zelfs wel eens gaan afvragen of het ethisch toelaatbaar is om iemand op basis van een gesprek en vragenlijst vol te stoppen met medicamenten, waarvan de precieze werking en langetermijneffecten nog steeds niet voldoende bekend zijn. Waar wel voldoende bewijs voor lijkt te zijn is een verstoring van het terugkoppelingsmechanisme bij depressie; een hyperactieve Hypothalamische Hypofyse Bijnierschors-as (HHB-as, ook wel HPA-as genoemd).

Normaliter is het organisme in staat adequaat te reageren op lichte vormen van stress door een opeenvolging van lichamelijke veranderingen en aanpassingsstrategieën. Zo wordt bij acute stress door de bijnierschors cortisol vrijgemaakt, die het organisme zowel fysiek als mentaal in staat van paraatheid brengt. Cortisol is een steroïde hormoon dat onder andere zorgt voor een verhoging van de suikerspiegel en voor de activering van hersenstructuren die betrokken zijn bij motivatie en aandacht. Na het verdwijnen van de stressor draagt cortisol er aan bij dat de activiteit via een negatief terugkoppelingsmechanisme weer wordt genormaliseerd.
Als de stressor echter chronische vormen aanneemt, zal het organisme een nieuw evenwicht opzoeken – wat allostasis wordt genoemd. Het adaptieve vermogen heeft natuurlijk zijn kritieke grenswaarde en wanneer deze wordt overschreden, wordt het systeem instabiel en gaat het disfunctioneren. Als gevolg van deze overactiviteit ontstaat een verstoorde negatieve terugkoppeling en overproductie aan cortisol (hypercortisolemia)."

Stress in al zijn vormen is de belangrijkste uitlokkende factor van depressie. De neurobiologie van depressie (MDD) kan daarom niet los gedacht worden van de neurobiologie van stress. Bij chronische stress zijn er verschillende mechanismen die het HPA-as verder activeren en het system instabiel maken (Makino e.a. 2002). Ten eerste ontstaat dan een stimulerende feedback-lus ter hoogte van de amygdala, waar cortisol gaat leiden tot een verhoging van de CRH-secretie. Ten tweede is er bij chronische stress een daling van de efficiëntie van de negatieve feedback, de rem die het evenwicht zou moeten herstellen. De CRH-secretie bij patiënten met depressie wordt blijkbaar onvoldoende afgeremd door de interne downregulering die normaliter door cortisol via de Glucocorticoïdr Receptor ter hoogte van de hippocampus op het systeem wordt uitgeoefend.

Meer lezen (?): 'De keerzijde van de welvaart: over stress, levensstijl en welvaartsziekten' (hier) en 'Lichaam en Geest: het stressysteem als Draaischijf' (hier) van Prof. B. van Houdedenhove - Psyciatrie KU Leuven' en 'Stres en depressie - neurologische basis' (hier) van Prof. Dr. Stefan Claes - Psyciatrie KU Leuven'.

We zijn niet gek, een simpel vitamine pilletje

Behandelen door eerst naar iemands voedingstoestand te kijken. Veel terreinen van de moderne geneeskunde – de psychiatrie, de farmaceutische industrie, zelfs veel therapeutische takken in de psychologie – gaan uit van het idee dat chronische spanning, angst en een aantal andere psychische ziekten ontzettend moeilijk te behandelen zijn, en dat mensen jarenlang medicatie moeten slikken voordat, in het gunstigste geval, hun symptomen afnemen.
Veel psychiaters in Amerika nemen tegenwoordig zelfs niet eens meer de moeite om gesprekstherapie te proberen; ze schrijven alleen nog pillen . Een paar jaar geleden interviewde de New York Times een vooraanstaand psychiater die bekende dat zijn praktijk was uitgegroeid tot 1200 cliënten. Dat was mogelijk omdat hij voor elke cliënt slechts een kwartier uittrok, waarin hij vooral de voorgeschreven medicatie besprak.

Al die medicatie doet namelijk weinig goeds. Uit studies blijkt dat antidepressiva vaak niet beter werken dan een placebo. Op dit moment ligt het gemiddelde succes-percentage voor de behandeling van spanning en angst op 12 procent. Bovendien is het risico op verslaving groot, medicijnen tegen angstklachten zijn berucht om hun onmiddellijk verslavende effect. Uit nieuw onderzoek blijkt dat deze psychofarmaca de zieke hersenen helemaal niet genezen, maar ze blijvend beschadigen. "De oplossing voor veel spanning en angst, zo ontdekten wij, is waarschijnlijk gelegen in het slikken van een simpel vitaminepilletje", aldus de wetenschappers.

Een tekort aan bepaalde B-vitaminen leken op die van schizofrenie.

De Canadese psychiater Abram Hoffer was de eerste die ervoor pleitte psychische ziekten te behandelen door eerst naar iemands voedingstoestand te kijken. Hij had ontdekt dat de symptomen van een tekort aan bepaalde B-vitaminen leken op die van schizofrenie. ‘Als er geen vitamine B3 meer in onze voeding zou zitten, zouden we binnen een jaar allemaal psychotisch zijn,’ schreef Hoffer. Hoffer, en na hem vele anderen, gingen ernstige angst- en spanningsklachten met groot succes te lijf door vitamine B voor te schrijven.

Ook uit andere studies blijkt dat B-vitaminen het aangewezen supplement zijn voor allerlei zogeheten psychische ziekten. Al eerder toonde onderzoek aan dat het innemen van vitamine B12 een eenvoudige oplossing kan bieden bij depressie. Naast psychische ziekten blijkt ook bij neurologische aandoeningen zoals MS (multiple sclerose) vitamine B12-tekort een belangrijke onderliggende oorzaak te zijn. De onlangs overleden Britse arts Patrick Kingsley behandelde duizenden MS-patiënten met succes. Een van de hoofdbestanddelen van zijn behandeling waren injecties met hoge doses B12. Dat wijst allemaal in de richting van een wonderlijk idee: dat veel zogeheten psychische ziekten, ernstige spanning en angst of neurologische aandoeningen misschien wel helemaal niet psychisch zijn, maar gewoon het gevolg van een tekort aan essentiële micronutriënten die voor onze rust, balans en stemming zorgen.

Een psychische ziekte is vaak niet zozeer een ziekte; we kunnen het beter een ‘psychisch tekort’ noemen. En als dat zo is, dan kunnen we de volgende conclusie over onszelf trekken: we zijn niet gespannen of ‘gek’. Zie hoe B-vitaminen kunnen worden ingezet bij de beheersing van stress, onrust, geïrriteerdheid, nervositeit, slapeloosheid of depressie: Belang van B vitaminen.

Conclusie van een grootschalig Australisch onderzoek: "Het wordt steeds meer erkend dat een gezond voedingspatroon bevorderlijk is voor de mentale gezondheid. Denk aan onverzadigde vetzuren, mineralen, vitaminen, antioxidanten, aminozuren en pre- en probiotica." Zie Meta-review van 2019: Supplementen en mentale gezondheid en Voeding voor een gezonde geest.

Nitraten in vleeswaren gerelateerd aan manisch gedrag.

Eerder waren nitraten al in opspraak geraakt vanwege een verband met neurodegeneratieve aandoeningen. Recent onderzoek gepubliceerd in “Molecular Psychiatry” toont aan dat nitraten in vleeswaren kunnen bijdragen aan manisch gedrag.

Aan vleeswaren wordt meestal nitriet of nitraat toegevoegd vanwege de conserverende werking en om verkleuring tegen te gaan. Met nitraten bewerkt vlees (beef jerky, salami, hotdogs) blijken echter bij te kunnen dragen aan manische episodes inherent aan stemmingsstoornissen. Deze periodes worden gekenmerkt door hyperactiviteit, euforie en slapeloosheid. Dergelijke stemmingsstoornissen, die weken of maanden kunnen duren, komen vaak voor bij mensen die lijden aan een bipolaire stoornis. Meer lezen?: Nitraten in vleeswaren.

Het effect van darmen op psychologische symptomen

Wanneer men ongezonde darmen heeft als gevolg van een ongezonde leefstijl, kan dit tot depressie leiden. Volgens onderzoekers in Denemarken kunnen bepaalde soorten lactobacillen helpen dit type depressie te voorkomen. Er bestaan al langer vermoedens dat probiotische bacteriën via de darm-hersen-as een rol zouden kunnen spelen bij het beheersen of voorkomen van depressie. Uit nieuw onderzoek bij dieren blijkt in ieder geval dat probiotica, die meestal gericht voor de darmen worden ingezet, ook de hersenen positief kunnen beïnvloeden. Meer lezen:: Goede en slechte darmbacteriën.
Er komt steeds meer duidelijkheid over de invloed van het darm microbioom op de hersenen en het zenuwstelsel. Zo lijken het darm microbioom, o.a. via de productie van korteketenvetzuren en neurotransmitters, een belangrijke rol te spelen in de communicatie met de hersenen. Meer lezen: Darmen-hersen as.